PvdA’er Lodewijk Asscher telt zijn knopen in Marokko

Kabinet zegt uitkeringsverdrag met Marokko op
Door: Gijs Herderscheê, Jan Hoedeman  –  Volkskrant 8 oktober 2014, 18:36

Na een ruim een jaar moeizaam en vergeefs onderhandelen met de Marokkaanse regering, zet Nederland de ultieme stap: het zegt het verdrag met Marokko over uitkeringen op. Het voorstel van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken staat geagendeerd voor de ministerraad van vrijdag, zo bevestigen diverse goed ingevoerde bronnen op het Binnenhof.

Het gaat om het verdrag waarin de export van kinderbijslag, het kindgebonden budget en nabestaandenuitkeringen is geregeld. De gesprekken over aanpassing zijn vastgelopen. Nederland zal voor nieuwe gevallen de uitkering verlagen naar de Marokkaanse koopkracht, voor al lopende uitkeringen kan dat niet.

Het op handen zijnde kabinetsbesluit heeft vooral een politieke signaalwerking. In 2015 zal het naar verwachting slechts enkele miljoenen euro’s opleveren.  blauwe blazer Asscher eitje

Asscher heeft steeds gewaarschuwd voor de risico’s. Het bestrijden van fraude met sociale uitkeringen zal worden bemoeilijkt, vreest hij. Nu werkt de Marokkaanse overheid nog mee om daar te laten controleren of bijstandsgerechtigden daar vermogen – spaarrekening, land, een huis – hebben.

Kort voor de zomer liet het kabinet weten in `complexe’ onderhandelingen te zijn waar nog geen begin van overeenstemming mogelijk leek. Asscher zou tot eind september, begin oktober verder spreken met de Marokkanen en dan een beslissing nemen. In een brief aan de Tweede kamer schreef Asscher in juni dat hij eenzijdig opzeggen onverstandig vond. De Kamer had toen net een VVD-motie aangenomen die Asscher opriep dat zo nodig wel te doen. Hij is hij nu kennelijk over zijn bezwaren heen gestapt.

Minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken verwacht diplomatieke schade in de betrekkingen met Marokko. Hij moet inschatten of het dat waard is. Economische schade wordt gevreesd door minister Henk Kamp van Economische Zaken. Marokko is op meerdere economische terreinen een belangrijke partner voor Nederland, zo heeft Kamp Asscher laten weten.  bommel en poes over Asscher

Gijs Herderscheê  –  Volkskrant 10 oktober 2014, 02:00

Vandaag bespreekt het kabinet het voorstel van Asscher om het sociale zekerheidsverdrag met Marokko uit 1970 op te zeggen.

De PvdA-fracties in Tweede en Eerste Kamer waren ook tegen het wetsvoorstel dat een einde maakt aan de export van de kinderbijslag. In de senaat stemde de PvdA ook tegen het ‘woonlandbeginsel’ waarmee de uitkeringen worden verlaagd tot het koopkrachtniveau in het ontvangende land.

Asscher gelooft echter wel in deze wetten. Het gaat hem niet zozeer om de opbrengst – enkele miljoenen – maar om het principe.  principe-asscher

Asschers geloof mag blijken uit de verdediging van het wetsvoorstel dat de export van kinderbijslag stopt. Bij een van zijn eerste optredens in het parlement eind 2012 verdedigde Asscher in de senaat dat voorstel van zijn voorganger Henk Kamp (VVD). Asscher kreeg toen alleen de PVV aan zijn zijde, waarop hij de behandeling opschortte. Als hij enige bedenking had gehad, had hij het voorstel ook kunnen intrekken.

Het opzeggen van het verdrag met Marokko mag dan een typisch VVD-ding zijn, maar het heeft een bredere werking dan sociale zekerheid alleen. Het raakt de verhouding tussen Nederland en Marokko in breedste zin.

-Senior PvdA principes

Verzuring van de relatie met Marokko heeft potentieel de meeste gevolgen voor het ministerie van Veiligheid en Justitie, voor minister Ivo Opstelten (VVD) en staatsecretaris Fred Teeven (VVD). Zij hebben de samenwerking met hun collega’s in Marokko sterk verbeterd. Daardoor worden criminelen die na misdrijven in Nederland naar Marokko vertrokken, daar vervolgd en berecht. Ironisch genoeg krijgt VVD’er Henk Kamp als minister van Economische Zaken de gevolgen voor de handelsbetrekkingen voor de kiezen. Ironisch, omdat Kamp als voorganger van Asscher op Sociale Zaken ook een voorstander van de ‘harde’ lijn was.

henk kamp VVD volgt orders op

 

 

Advertisements

Het ‘nieuw begin’ bij VVD-premier Mark Rutte. In Den Bosch begint de Victorie!

Rutte voelt ‘nieuw begin’   –  Volkskrant 23/11/2013,

Premier Mark Rutte voelt dat we aan de vooravond staan van ‘een nieuw begin’ en dat we als land ‘weer op stoom beginnen te komen’. Rutte zei dat zaterdag (23 november 2013) aan het slot van een VVD-congres in Den Bosch.

Rutte en van baalen verkleind + blauw + Mickey-tekst

ollie + tekst

President Obama is niet helderziende

‘Nog even, en Obama raadpleegt na het Congres ook nog een helderziende’

OPINIE, column – Derk Jan EppinkVolkskrant 03/09/2013, 09:02

Obama heeft de strijd tegen Syrië al verloren. In de ogen van Assad, Iran en Rusland symboliseert Obama het zwakke Westen, schrijft Derk Jan Eppink. ‘Obama ontpopt zich tot lachertje, en de meeste Europese landen verstoppen zich achter een ‘volkenrechtelijk mandaat’ waarvan ze weten dat het niet komt.’
(  ……)
‘Nu zoekt Obama steun van het Congres. Weer uitstel. Obama moet uiteindelijk doen wat hij altijd bestreed: unilateraal bombarderen. Maar eigenlijk heeft hij de strijd al verloren nog voordat er een kruisraket is afgevuurd. In de ogen van Assad, Iran en Rusland symboliseert Obama het zwakke Westen. Nog even, en Obama raadpleegt na het Congres ook nog een helderziende. ‘

Jerry Mager (03/09/2013)

Hoezo: “Nog even, en Obama raadpleegt na het Congres ook nog een helderziende.”? Meneer Eppink u bent niet up to date geïnformeerd, want dat doet Obama al lang, zij het niet zoals u schrijft, maar in de omgekeerde volgorde: eerst gaat de president naar de helderziende, dan raadpleegt hij de hond, en daarna, heel misschien, het Congres. Dat houdt de man fit en in balans. Gelijk heeft ‘ie. Die man heeft tenslotte een jong gezin en moet hij ook aan zijn toekomst denken.

Onze universiteit is een koekjesfabriek geworden …

door Jerry Mager
(donderdag 2 mei 2013)

The owners, franchisees, and topmanagers want to control subordinates, but they want
their own positions to be as free of rational constraints – as inefficient – as possible

George Ritzer (2000, p.125), The McDonaldization of society

War is peace.
Freedom is slavery.
Ignorance is strength.

Doublethink means the power of holding two contradictory beliefs in one’s mind simultaneously,
and accepting both of them.

The best books… are those that tell you what you know already.

Until they became conscious they will never rebel, and until after they have rebelled they cannot become conscious.

The choice for mankind lies between freedom and happiness and for the great bulk of mankind, happiness is better.

George Orwell, 1984

De managersuniversiteit is failliet: Tijd voor verandering! Onder deze titel vond donderdag 25 april 2013 in de aula van de VU aan de De Boelelaan te Amsterdam het symposium plaats van het ‘Platform Verontruste VU’ers ‘ – van 16:00-18:00.
De medewerkers-wetenschappers-docenten staat het water aan de lippen, zij willen af van het bedrijfsmatige modeldenken onder ‘ leiding’ van managers. Ze staan met hun rug tegen de muur, vluchten kan nergens meer naartoe, want alles is inmiddels gecommodificeerd – tot vermarktbare handelswaar benoemd – en managers maken overal de dienst uit. Alleen de moneymakers (geneeskunst, farmacie en nog wat bèta-departementen) zullen nog enigszins ‘ vrij’ kunnen werken – zo lang ze tenminste geld in het laatje brengen. De rest dient als behang en franje en natuurlijk als excuus voor management-banen, de overhead, die in feite parasiteert, al mag je dat nooit hardop zeggen.

De tegenwoordige universiteit is een grote koekjesfabriek die diploma’s uitspuwt en gecertificeerden aflevert. Wetenschappelijke fraude en corruptie in vele vormen en gradaties, is daar onlosmakelijk mee verbonden, evenals het controleren en disciplineren van de werkers, vooral middels ‘auditing’. Kort door de bocht – u moet de boeken vooral zelf lezen en analyseren – vat ik de geschiedenis die voorafgaat aan waarvoor we op 25 april daar in die VU-aula zaten schetsmatig samen met verwijzing naar drie boeken: 1)The Great Transformation (1944) van Karl Polanyi; 2)The Managerial Revolution: What is Happening in the World (1941) van James Burnham en 3) Animal Farm (1945) van George Orwell.
Momenteel zitten we (althans in West- Europa en de VS) in een fase die volgens mij goed is te begrijpen vanuit het perspectief dat deze boeken aanreiken. Hieronder in steekwoorden de drie boeken.

Ad 1) Karl Polanyi behandelt de commodificatie van land, arbeid en geld, om deze geschikt te maken ter verhandeling op de markt. Voornaamste aanleiding en oorzaak was de industriële revolutie met zijn massaproductie. Van de drie entiteiten liet en laat arbeid zich het moeilijkste commodificeren. Zeker hoofdarbeid. Commodificatie is wezensvreemd aan lesgeven, onderwijzen en doceren en het behandelen van dergelijke arbeid als marktwaar is een kunstmatig gebeuren dat vele ernstige nadelen, negatieve externalities, met zich brengt. Het meeste nefaste is het ontnemen van hun beroepstrots aan de vaklui en de demoralisatie van die beroepsuitoefenaren. Het is een pernicieus proces van gestage erosie dat al vele decennia de kwaliteit van ons onderwijs over de hele linie en in den brede uitholt en aantast en moeilijk zal zijn terug te draaien. Het is immers alleen baron Münchhausen gegeven zichzelf bij de haren uit het moeras te trekken.
Commodificatie gebeurt vooral om de managers gereedschappen te verschaffen waarmee zij hun pseudo-controletaken (vooral doorlopende ‘auditing’) kunnen uitoefenen.
Waar de commodificatie van geld toe heeft geleid, bewijzen de mondiale financiële crises, die volgens mij alleen in hevigheid en omvang zullen toenemen. Bij onze onderwijsinstellingen zijn de afdelingen Financiën en Vastgoed inmiddels alles-dominerend en de productie van diploma’s staat min of meer in dienst van die twee. Marketing vervult onder het mom van Communicatie & Voorlichting een minstens zo dominante rol. Kennisverwerving en – overdracht (Bildung al helemaal niet meer!) is niet langer het primaire proces – terwijl we in Newspeaktermen (zie Orwells 1984) om de oren worden geslagen met ‘De Kenniseconomie’.

Ad 2) James Burnham vertelt over de machtsovername door de managers (de bewindvoerders) die de kapitalisten allengs verdrongen en nu als lege posities bewegen op een soort van virtueel schaakbord van controle en macht. Zij brengen zelf niets tastbaars voort, zij managen alleen maar en worden daar royaal voor betaald, royaler dan degenen die het eigenlijke werk verrichten. Van dienaren zijn ze sluipenderwijs bazen en opzieners geworden, rasechte koekoeksjongen. Ik denk in dit verband altijd aan het Dickens-personage Uriah Heep.

Ad 3) George Orwell tenslotte illustreert met zijn satire Animal Farm dat het maatschappelijk proces overal op deze planeet op hetzelfde uitdraait. Oorspronkelijk geschreven om het communistische systeem aan de kaak te stellen, is Animal Farm vandaag de dag integraal toepasbaar op onze op democratische leest geschoeide maatschappij: er zullen altijd meesters/uitbuiters en slaven/uitgebuiten zijn. Overal ter wereld en onder welke ideologische denominatie dan ook. Het oppervarken Napoleon dat de scepter zwaait over de Boerderij der dieren, staat exemplarisch voor de moderne manager, inclusief de parallelle fancy titels en catchy functieomschrijvingen: “pigs liked to invent for him such titles as Father of All Animals, Terror of Mankind, Protector of the Sheep-fold, Ducklings’ Friend, and the like”. Het meest kenmerkende aan Orwells varkens en de parallelle moderne managerskaste echter is het zinloze (papier-)werk dat ze verrichten:

“Somehow it seemed as though the farm had grown richer without making the animals themselves any richer-except, of course, for the pigs and the dogs. Perhaps this was partly because there were so many pigs and so many dogs. It was not that these creatures did not work, after their fashion. There was, as Squealer was never tired of explaining, endless work in the supervision and organisation of the farm. Much of this work was of a kind that the other animals were too ignorant to understand. For example, Squealer told them that the pigs had to expend enormous labours every day upon mysterious things called “files,” “reports,” “minutes,” and “memoranda”. These were large sheets of paper which had to be closely covered with writing, and as soon as they were so covered, they were burnt in the furnace. This was of the highest importance for the welfare of the farm, Squealer said. But still, neither pigs nor dogs produced any food by their own labour; and there were very many of them, and their appetites were always good.” (het staat in Chapter X; mijn cursivering, JM)

Tussen de mensenmanagers en de varkensbazen bestaat geen wezenlijk verschil, beide hebben hetzelfde belang, het arbeidsprobleem: “ Between pigs and human beings there was not, and there need not be, any clash of interests whatever. Their struggles and their difficulties were one. Was not the labour problem the same everywhere?”

Of, op welke wijze en wanneer de wal het schip tenslotte zal keren, vind ik een boeiende en ook een ietwat beangstigende vraag. Op internet kunt u veel googelen over de drie door mij genoemde boeken en auteurs. De boeken zijn te koop. Burnham antiquarisch zelfs in Nederlandse vertaling bij Leopold: Machtsvorming der bewindvoerders.

Een hoopgevend bericht vind ik dat enkele belangrijke Duitse(!) universiteiten besloten schijnen te hebben niet langer aan de algehele verdwazing mee te doen en geen data meer zullen aanleveren ten bate de internationale rankings, waarmee universiteitsbestuurders de blits maken, elkaar de loef afsteken en hun onderlingen onder sim houden.

Literatuur:

Shaul Oreg, Alexandra Michel and Rune Todnem By, editors (2013): The Psychology of Organizational Change. Viewing Change from the Employee’s Perspective / Cambridge UK, New York: Cambridge UP. Hierin in het bijzonder Part II (41-92): The nature of employees’ reactions to change; Part VI (253-297): The interplay between change and the organization

Herman Wijffels over onze behoefte aan dienstbare en betrouwbare bankiers

door Jerry Mager
gepost op vrijdag, 28 juni 2013 – bijgewerkt 15 juli 2013

“Yet we might interpret the implications of Weber’s work in quite a different fashion. The core of capitalist spirit was not so much its ethic of denial as its motivational urgency, shorn of the traditional frameworks which had connected striving with morality.”
Anthony Giddens (1994:70): Living in a Post-Traditional Society

“Das Problem des Vertrauens besteht nämlich darin, daβ die Zukunft sehr viel mehr Möglichkeiten enthält, als in der Gegenwart aktualisiert und damit in die Vergangenheit
überführt werden können. ( ) Die Zukunft überfordert das Vergegenwärtigungspotential des Menschen. Und doch muβ der Mensch in der Gegenwart mit einer solchen, stets überkomplexen Zukunft leben. ( ) Diese Leistung ist unvertragbar. ( ) Vertrauen ist eine der Möglichkeiten, sie zu erbringen.“
Niklas Luhmann (1968:10): Vertrauen.

“In risk issues, no one is an expert, or everyone is an expert, because the experts presume what they are supposed to make possible and produce: cultural acceptance.”
Ulrich Beck (1994:9): The Reinvention of Politics

“The universality of capitalism resides in the fact that capitalism is not a name for a ‘civilization,’ for a specific cultural-symbolic world, but the name for a neutral economico-symbolic machine which operates with Asian values as well as with others, so that Europe’s world wide triumph is its defeat, self-obliteration, the cutting of the umbilical link to Europe.”
Slavoj Žižek (2009:318): The Parallax View

Naar een dienstbaar en stabiel bankwezen” luidt de titel van het rapport dat de Commissie Structuur Nederlandse Banken onder leiding van oud-Rabobanktopman Herman Wijffels vandaag (vrijdag, 28 juni 2013) presenteert aan de Nederlandse politiek.

Voor iedereen die de narigheid in de financiële sector de afgelopen periode enigszins gevolgd heeft, is dit rapport vooral een verhaal van de bekende open deuren. Hiermee bedoel ik geenszins een diskwalificatie. Voornaamste oogmerk en functie van het rapport lijkt te zijn: Nederlandse politici een legitimatie bieden om met name de Nederlandse hypotheekregelingen en de vastgoedmarkt grondig op de schop te nemen: kijk eens mensen, het moet nu eenmaal gebeuren, het is niet onze schuld. In dit rapport van bijna 50 pagina’s leggen de experst nogeens haarfijn uit waarom het zo dringend nodig is dat onze hypotheekrenteaftrekregelingen grondige herziening behoeven. Misschien kunnen in de bancaire biotoop niet vaak genoeg open deuren worden ingetrapt. Dat bankiers, toezichthouders, lobbyisten, politici en dergelijke lieden, nodig te drogen moeten worden gehangen en op de tocht gezet, hebben de gepasseerde crises me dunkt keer op bewezen, benadrukt en onderstreept.
In mijn betoog verwijs ik naar de pdf-versie die op internet is te lezen en van het web gedownload kan worden.

vertrouwen in ” het systeem”
Wat Wijffels c.s. proberen: adviezen te geven die – indien te goeder trouw en op intelligente wijze opgevolgd – een systeem genereren dat weer te vertrouwen zou zijn voor de burger. De zwakke plek is en blijft natuurlijk dat systemen als het bancair-financiële geen eigen leven of een zelfstandig bestaan leiden: ze worden bemenst. Ook systeem-banken doen niets op eigen houtje, zij worden eveneens bemenst. Nu kun je zoveel regels opstellen en randvoorwaarden inbouwen als je wilt, en je kunt zoveel toezichthouders benoemen als je wilt, het is en blijft in laatste instantie in de meest letterlijke zin des woords: mensenwerk. Indien de mensen die het systeem bestieren en manipuleren niet deugen, begin je niets en niemendal. Het draait om betrouwbaarheid, vertrouwen, integriteit en goede trouw. Daarmee lijkt alles gezegd, maar het blijft ingewikkeld.

” In this world, ‘ paying one’s debts’ can well come to seem the very definition of morality, if only because so many people do it.
For instance, it has become a regular feature of many sorts of business in America that large corporations or even some small businesses, faced with a debt, will almost automatically simply see what happens if they do not pay – complying only if reminded, goaded, or presented with some sort of legal writ. In other words, the principle of honor has thus been almost completely removed from the marketplace. As a result, perhaps, the whole subject of debt becomes surrounded by a halo of religion.”

David Graeber (2012:377): Debt. The First 5,000 Years

kunnen publiek vertrouwen en bankgeheimen samengaan?

“ Während die alte Staatspolitiek auf ‘Staatsräson’ setzte und damit begründet, daβ man um der Ziele willen Absichten und gegebenfalls auch die Handlungen selbst geheimhalten müsse, stellt sich heute eher das umgekehrte Problem: man muβ Handlungen sichtbar machen, die möglicherweise gar nicht stattfinden oder die ihnen zugeschriebenen Effekte gar nicht haben können. ( ) Das System spezialisiert sich auf ‘talk’, nämlich auf Darstellung, der Bemühungen um rationale Entscheidungen. Und das Risiko besteht dann darin, daβ die bloβe Verbalakustik zum Aufbau von Erwartungen führt die man nicht erfüllen kann oder nicht erfüllen will.”
Niklas Luhmann (1991:156-157): Soziologie des Risikos

Vanuit retorisch oogpunt bezien, is het curieus dat de opdracht aan “de banken” om ons vertrouwen te herwinnen als laatste wordt genoemd van de elf aanbevelingen die commissie Wijffels op pagina 11-12 doet.
Publiek vertrouwen vestigen, bestendigen, koesteren, uitbouwen en nimmer beschamen, zou het vanzelfsprekende mission statement van banken dienen te zijn. Het opkalefateren van hetgeen er nu nog rest aan rudimentair vertrouwen in bankiers c.s., is vanzelfsprekend de eerste opdracht die bankiers, toezichthouders, politici, rating agencies, lobbyisten en al die andere personen die in de financiële biotoop grasduinen, zich hevig, dringend en urgent moeten aantrekken. Daarom dat punt 11 vooraan zou moeten staan en niet als spuit elf en hekkensluiter fungeren.

Luhmann heeft het over politiek en politici, maar zijn observatie laat zich evengoed op de bancaire sector betrekken. De aanbeveling die Wijffels op bladzijde 17-18 doet, zou in het licht van Luhmanns observatie tot het tegenovergestelde effect van het beoogde kunnen leiden.

Wijffels: “De commissie beveelt aan dat banken het sociaal contract herbevestigen door hun visie op de rol die zij in de samenleving vervullen te expliciteren in een maatschappelijk statuut en daarover de publieke dialoog aan te gaan. Hierin kunnen banken gezamenlijk aan de maatschappij verklaren wat zij zullen doen om te zorgen dat zij dienstbaar en stabiel zullen zijn. De functie van een dergelijk document is dat het kan helpen waarborgen dat banken in de juiste geest handelen, iets dat met alleen maar meer regelgeving niet te bereiken is. Banken kunnen daarin uiteenzetten hoe zij hun rol in de allocatie van kapitaal ten dienste van de Nederlandse economie zullen invullen en daarover het maatschappelijk debat voeren.”

In hoeverre kunnen, willen of mogen bankiers vertellen wat zij van plan zijn met onze grote sommen aan spaargelden die wij ze toevertrouwen? Het schriftelijke sociale contract waarover Wijffels het heeft, zal toch niet anders dan in de meest vage bewoordingen kunnen worden gesteld? Is dat de bankiers euvel te duiden? Indien ze ons vertrouwen misbruiken en beschamen wel degelijk, maar om te bewijzen dat ze te kwader trouw handelden of vanuit een laakbare incompetentie, dat is nog wat anders. Zeker wanneer ze slimme advocaten inhuren.

Uit de samenvatting op pagina 7: “De aanleiding voor dit onderzoek is dat de banken in de afgelopen jaren onvoldoende dienstbaar en stabiel zijn geweest. (… ) Tijdens de crisis bleken verschillende banken in Nederland omvangrijke staatssteun nodig te hebben. Daardoor is een vertrouwensbreuk ontstaan tussen de maatschappij en de banken. Dit is ernstig omdat banken essentiële functies voor de economie vervullen.
De oorzaak van de vertrouwensbreuk leggen bij het feit dat banken omvangrijke staatssteun nodig hadden om niet om te vallen, is een wat treurige move. Zoiets in de trant van: er stak een harde wind op en toen dreigden de banken dus om te vallen. Zomaar en zonder dat ook maar iemand er iets aan zou hebben kunnen doen. Aan de oorzaken van de laatste financiële crisis wordt min of meer voorbijgegaan, terwijl het precies de oorzaken van die crisis zijn (i.e. vooral incompetente, verzakende, bankiers en toezichthouders!), die voor eroderend publiek vertrouwen in de bankwereld zorgen.
Het consequent spreken over “de banken” vind ik bijna net zo sneu. Banken zijn immers reïficaties, concepten die verstoffelijkt worden, maar het blijven desniettemin abstracte begrippen. Banken graaien niet naar bonussen bovenop hun toch al onwerkelijke salarissen. Banken doen niets. Het zijn de piepeltjes die de banken bevolken die het hem doen. Deze personen als “de banken” benoemen, houdt ze anoniem en amorf, zij krijgen geen gezicht, het zijn onzijdige geslachtloze wezens, net zo ongrijpbaar als “de vergrijzing” en “de klimaatverandering”.

Banken dienen het verloren vertrouwen te herwinnen door te laten zien dat zij er zijn voor de klant en dat zij de belangen van de maatschappij in het oog houden.(… ) Het impliciete sociaal contract, dat van oudsher geldt tussen banken en de maatschappij, dient te worden herbevestigd. Dit contract houdt in dat de overheid de banken beschermt tegen irrationeel gedrag van klanten (bankruns) en tijdelijke liquiditeitstekorten. In ruil hiervoor verwacht de maatschappij van banken dat zij hun rol in de economie vervullen,hun cliënten adequaat bedienen en veilig opereren.” (p. 17)
Bankruns typeren als irrationeel gedrag van klanten, vind ik eigenaardig. Waarom willen mensen hun geld terug van een bank? Dat willen mensen omdat ze de boel niet vertrouwen. Is dat irrationeel? Als er geen reden voor dat wantrouwen zou zijn, ja dan wel. Echter, het recente verleden en de huidige gang van zaken laten ons onverbloemd en keihard zien dat het juist irrationeel zou zijn om zoals – ooit en heel lang geleden – een onbegrensd vertrouwen in banken (en de bankiers!) te blijven stellen. Dus “het impliciete sociaal contract” tussen banken en de burgers geldt niet langer als vanzelfsprekend. Dus “herbevestigen” van dat sociaal contract (zie hierna) kan helemaal niet, want iets wat er niet (meer) is, kan niet herbevestigd worden. Dat vertrouwen moet van de grond af worden opgebouwd. De bankiers c.s. lijken nog niet erg enthousiast om daaraan mee te werken. Zij hebben de smaak van slapende-rijk-worden inmiddels flink te pakken. Om ze daarvan te laten afkicken, zijn veel sterkere middelen nodig dan rapporten met omzwachteld taalgebruik.

– “afwikkeling” (zie o.a. pagina 11,15,21,24,26)
Het woord “afwikkeling” in plaats van bijvoorbeeld “failliet” of ” bankroet” is een voorbeeld van zo’n eufemisme dat verantwoordelijkheidvervagend en -verstuivend werkt.

– “gestuurd door het marktmechanisme” (pagina 7,17) vind ik een weinig geruststellende woordcombinatie, waaruit enerzijds blijkt dat marktfundamentalisme en marktfetisjisme diep in de haarvaten is doorgedrongen en bij velen neuronaal ingesleten en anderzijds dat de mensen die banken runnen eigenlijk niet veel kunnen doen. In ieder geval zouden hun remuneraties dan dienen te worden aangepast aan deze vrij hulpeloze positie waarin zij zich blijkbaar bevinden.

De koninklijke weg naar verbetering van de stabiliteit van banken is versterking van de kapitaalpositie teneinde de afstand tot faillissement (distance to default) te vergroten.” (p. 8) Niet helemaal. De koninkelijke weg is het werk te laten doen door betrouwbare en competente professionals en zeker niet door hebzuchtige sukkelaars die van toeten nog blazen weten en alleen zijn geïnteresseerd in hun bonussen en remuneraties. Het dood hout moet uit de financiële sector.
Daarnaast stel je wakkere toezichthouders aan die niet zitten te slapen in onze tijd en die liefst ook verstand van zaken hebben. Want hoezeer je de kapitaalposities van banken ook versterkt, tegen laksheid en incompetentie is geen kruid gewassen, om van kwaadwillige hebzucht en moedwillig maatschappelijk vandalisme maar te zwijgen.

Banken die deposito’s aantrekken dienen excessieve risico’s te vermijden. Om dit te bereiken zijn internationaal voorstellen gedaan om het depositobedrijf af te schermen van bepaalde risicovolle activiteiten en daardoor de stabiliteit te vergroten.” (p. 24) Dit verwijst naar The Glass-Steagall Act uit 1933, die voorzag in de scheiding tussen de commercial banks en de investment banks.

Verreweg het belangrijkste vind ik opmerkingen als: “14. Bestaande eisen voor het deskundigheid en betrouwbaarheid van bestuurders en commissarissen worden omgevormd tot een meeromvattende geschiktheidstoets. Toelichting: Voor commissarissen geldt voortaan ook een deskundigheidseis (voorheen behoefden commissarissen alleen deskundig te zijn voorwat betreft de bedrijfsvoering). Naast op integriteit, kennis, vaardigheden,worden bestuurders en commissarissen ook beoordeeld op bestuurlijke enleidinggevende vaardigheden, professioneel gedrag en toegevoegde waarde(geschiktheidstoets).(p.36) Natuurlijk, het klinkt nobel en rechtschapen, maar we moeten eerst maar eens afwachten en zien, en dan nogmaals ZIEN, wat hiervan in de praktijk allemaal terechtkomt. Het overzicht in Bijlage 6 (pp. 42-44) is degelijk, al zou ik de Dodd–Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act (2010) en prominenter plek gunnen dan in de voetnoet 25 op pagina 42. Juist omdat hij door politici, bankiers en beleidmakers grotendeels genegeerd lijkt worden.

John Lanchester over de financiële biotoop en zijn bevolking, in the London Review of Books

“The lack of trust simply withdraws activities. It reduces the range of possibilities for rational action. ( ) It prevents, above all, capital investment under conditions of uncertainty and risk. ( ) Through lack of trust a system may lose size; it may even shrink below a critical threshold necessary for its own reproduction at a certain level of development.”
Niklas Luhmann (1988:104): Familiarity, Confidence, Trust: Problems and Alternatives

“During the credit crunch, the conditional aspect of Libor became overpoweringly apparent, since the salient fact about the interbank market was that banks were refusing to lend money among themselves. That, in essence, was what the credit crunch was: banks being too scared to lend to each other.”
John Lanchester: Are we having fun yet?

Spannender dan dit rapport van de Commissie Wijffels (hoewel: alle uitingen in de goede richting zijn meegenomen) leest het artikel van John Lanchester in The London Review of Books – 2013 no. 13 04 juli: Are we having fun yet? ….. on the banks’ barely believable behaviour.
Lanchester legt de vinger nadrukkelijk op de zere plek: de mieze (morele) kwaliteit van degenen die met ons geld omspringen. Het artikel in LRoB is vrij toegankelijk. Ik selecteer er enkele passages uit.

“As anyone who’s been there recently can testify, the blame in Spain falls mainly on the banks – as it does in Ireland, in Greece, in the US, and pretty much everywhere else too. Here in the UK, feelings were nicely summed up by the Parliamentary Commission on Banking Standards, which reported on 19 June that ‘the public have a sense that advantage has been taken of them, that bankers have received huge rewards, that some of those rewards have not been properly earned, and in some cases have been obtained through dishonesty, and that these huge rewards are excessive, bearing little or no relation to the work done.’
The report eye-catchingly called for senior bankers to face jail.
In the midst of this cacophony of largely justified accusations, the banks have had a strange kind of good fortune: the noise is now so loud that it’s become hard to hear specific complaints of wrongdoing. That’s lucky for them, because there’s one particular scandal which really deserves to stand out. The scandal I have in mind is that of mis-sold payment protection insurance (PPI). The banks are additionally lucky in that there’s something inherently unsexy about the whole idea of PPI, from the numbing acronym to the fact that the whole idea of a scandal about insurance payments seems inherently dreary and low-scale. But if there hadn’t been so much other lurid wrongdoing in the world of finance, and if mis-sold payment protection insurance had a sexier name, PPI would stand out as the biggest scandal in the history of British banking.

This is a big claim to make: an especially big claim to make at the moment, when bank scandals come around with a regularity which in almost any other context would be soothing. Here’s a short recap of some of the greatest hits of the noughties. Just to keep things simple, I’m going to leave out the biggest of them all, the grotesque toxic-asset and derivative spree which took the global financial system to the edge of the abyss. That was the precursor and proximate cause of the difficulties which are affecting the entire Western world at the moment, but the causal mechanisms connecting the initial crisis and our current predicament are a separate subject.
The crisis and its consequences are too big to count as a scandal: they’re more like a climate. We can all agree that we’d prefer a different climate. We can all agree that we have no idea when this one will change.
( … )
The trouble with this thinking is that it missed out the fundamental fact about banking: that it is based on trust – on credit in more than just the economic sense. Trust is the banks’ most important intangible asset: if it were lacking, none of us would ever use them for anything, ever. In a sense, trust is what banks do. In a capitalist economy, companies make money by supplying needs or wants: we pay for things knowing that some of that money is profit for the businesses involved, and are in general content to do so, because we know that’s how the system works. Companies align themselves with our interests and make money in the process.
( … )
Banks are perfectly placed to make money by aligning themselves with their customers’ interests. That process is baked into what they do: they align themselves with us by taking our deposits and looking after them safely, and they align themselves with us by lending us money to buy things and houses and keep the economy running. Their business is our interests. Or should be. But the PPI scandal showed a fundamental breach in that alignment between them and us. The other scandals of recent years are variations on the theme of banks breaking rules and making mistakes. This, though, wasn’t a mistake or a rule-breach, or rather it was, but the main thing about it was an order of magnitude more important. PPI was about banks breaking trust by exploiting their customers, not accidentally, but as a matter of deliberate and sustained policy. They sold policies which they knew did not serve the ends they were supposed to serve and in doing so treated their customers purely as an extractive resource. That is why, uncharismatic as it sounds and dreary in many of its specifics as it is, PPI is the worst scandal in the history of British banking: the one that shows just how badly wrong the industry had gone, and just how fundamentally it violated what should have been its basic values. No wonder that there’s been what the Parliamentary Commission on Banking Standards, in the very first sentence of its 571-page report, calls ‘a profound loss of trust born of profound lapses in banking standards’. PPI is the final proof that our banks became rotten.”

Dit is toch andere koek dan het wat omzichtige – zeker naar de bankiers toe – proza van het rapport Wijffels. Bij het opstellen en expliciet maken van hun waardenkompas dat als basis voor een vernieuwd “sociaal contract” moet dienen, kunnen de financiële Finocchio’s en Pipo’s echter naar hartelust uit het rapport van Wijffels c.s. putten. Ook dit is een positief punt dat Wijffels c.s. wat mij betreft zetten.

Libor en Luhmann
De passage die Lanchester aan Libor wijdt, illustreert hetgeen hierboven aan het begin staat over Luhmann en het spel van talk en make belief.
Ik citeer uit Lanchester in iets bewerkte vorm en raad aan Lanchesters stuk zelf te lezen: ” Next scandal up: Libor: the London Interbank Offered Rate. Libor is the single most important number in international financial markets, used as a reference point throughout the global financial system. It is a range of interbank lending rates, set after consultation between the British Bankers’ Association and two hundred and fifty-odd participating banks. During the daily process, each bank is asked the rate at which it could borrow money from other banks, ‘unsecured’ i.e. backed only by its own creditworthiness rather than by specific collateral. The question is, in effect: what would your credit be like today, if you had to ask? The crucial point …. is that the bank’s response is conditional: ‘A Libor input is what a bank could do, not what it has done.’ “

* * *

luister- & leestips

Een onderhoudend en overzichtelijk betoog over de Kredietcrisis is dat van de historicus Maarten van Rossem op vier CD’s die in 2012 zijn uitgebracht door de Home Academy onder de titel “Kapitalisme“.

Michael Moore (2010) op dvd: Capitalism: a Love Story

Ulrich Beck, in: Ulrich Beck, Anthony Giddens and Scott Lash (eds) (1994/1988): Reflexive Modernization. Politics Tradition and Aesthetics in the modern Social Order / Cambridge, Oxford UK: Polity Press.

Sander Boon (2012): De geldbubbel. Hoe overheden en spaarbanken ons spaargeld hebben verkwanseld / Amsterdam – Antwerpen: Business Contact

Anthony Giddens, in: Ulrich Beck, Anthony Giddens and Scott Lash (eds) (1994/1988): Reflexive Modernization. Politics Tradition and Aesthetics in the modern Social Order / Cambridge, Oxford UK: Polity Press.

David Graeber (2012/2011): Debt. The First 5,000 Years / New York: Melville

John Lanchester (2010): De kapitale crisis. De ondergang van een wereldeconomie / Amsterdam: Prometheus / vertaling van Whoops! Why Everyone Owns Everyone and No One Can Pay

Niklas Luhmann (1968): Vertrauen. Ein Mechanismus der Reduktion sozialer Komplexität / Stuttgart: Ferdinand Enke

Niklas Luhmann (1991): Soziologie des Risikos / Berlin: Walter de Gruyter & Co.

Niklas Luhmann, in Diego Gambetta (editor) (1988:94-108): Trust: making and breaking of cooperative relations / New York, Oxford: Blackwell

bateau ivre

Comme je descendais des Fleuves impassibles,
Je ne me sentis plus guidé par les haleurs :
Des Peaux-Rouges criards les avaient pris pour cibles,
Les ayant cloués nus aux poteaux de couleurs.

J’étais insoucieux de tous les équipages,
Porteur de blés flamands ou de cotons anglais.
Quand avec mes haleurs ont fini ces tapages,
Les Fleuves m’ont laissé descendre où je voulais.

Dans les clapotements furieux des marées,
Moi, l’autre hiver, plus sourd que les cerveaux d’enfants,
Je courus ! Et les Péninsules démarrées
N’ont pas subi tohu-bohus plus triomphants.

La tempête a béni mes éveils maritimes.
Plus léger qu’un bouchon j’ai dansé sur les flots
Qu’on appelle rouleurs éternels de victimes,
Dix nuits, sans regretter l’oeil niais des falots !

Plus douce qu’aux enfants la chair des pommes sûres,
L’eau verte pénétra ma coque de sapin
Et des taches de vins bleus et des vomissures
Me lava, dispersant gouvernail et grappin.

Et dès lors, je me suis baigné dans le Poème
De la Mer, infusé d’astres, et lactescent,
Dévorant les azurs verts ; où, flottaison blême
Et ravie, un noyé pensif parfois descend ;

Où, teignant tout à coup les bleuités, délires
Et rhythmes lents sous les rutilements du jour,
Plus fortes que l’alcool, plus vastes que nos lyres,
Fermentent les rousseurs amères de l’amour !

Je sais les cieux crevant en éclairs, et les trombes
Et les ressacs et les courants : je sais le soir,
L’Aube exaltée ainsi qu’un peuple de colombes,
Et j’ai vu quelquefois ce que l’homme a cru voir !

J’ai vu le soleil bas, taché d’horreurs mystiques,
Illuminant de longs figements violets,
Pareils à des acteurs de drames très antiques
Les flots roulant au loin leurs frissons de volets !

J’ai rêvé la nuit verte aux neiges éblouies,
Baiser montant aux yeux des mers avec lenteurs,
La circulation des sèves inouïes,
Et l’éveil jaune et bleu des phosphores chanteurs !

J’ai suivi, des mois pleins, pareille aux vacheries
Hystériques, la houle à l’assaut des récifs,
Sans songer que les pieds lumineux des Maries
Pussent forcer le mufle aux Océans poussifs !

J’ai heurté, savez-vous, d’incroyables Florides
Mêlant aux fleurs des yeux de panthères à peaux
D’hommes ! Des arcs-en-ciel tendus comme des brides
Sous l’horizon des mers, à de glauques troupeaux !

J’ai vu fermenter les marais énormes, nasses
Où pourrit dans les joncs tout un Léviathan !
Des écroulements d’eaux au milieu des bonaces,
Et les lointains vers les gouffres cataractant !

Glaciers, soleils d’argent, flots nacreux, cieux de braises !
Échouages hideux au fond des golfes bruns
Où les serpents géants dévorés des punaises
Choient, des arbres tordus, avec de noirs parfums !

J’aurais voulu montrer aux enfants ces dorades
Du flot bleu, ces poissons d’or, ces poissons chantants.
– Des écumes de fleurs ont bercé mes dérades
Et d’ineffables vents m’ont ailé par instants.

Parfois, martyr lassé des pôles et des zones,
La mer dont le sanglot faisait mon roulis doux
Montait vers moi ses fleurs d’ombre aux ventouses jaunes
Et je restais, ainsi qu’une femme à genoux…

Presque île, ballottant sur mes bords les querelles
Et les fientes d’oiseaux clabaudeurs aux yeux blonds.
Et je voguais, lorsqu’à travers mes liens frêles
Des noyés descendaient dormir, à reculons !

Or moi, bateau perdu sous les cheveux des anses,
Jeté par l’ouragan dans l’éther sans oiseau,
Moi dont les Monitors et les voiliers des Hanses
N’auraient pas repêché la carcasse ivre d’eau ;

Libre, fumant, monté de brumes violettes,
Moi qui trouais le ciel rougeoyant comme un mur
Qui porte, confiture exquise aux bons poètes,
Des lichens de soleil et des morves d’azur ;

Qui courais, taché de lunules électriques,
Planche folle, escorté des hippocampes noirs,
Quand les juillets faisaient crouler à coups de triques
Les cieux ultramarins aux ardents entonnoirs ;

Moi qui tremblais, sentant geindre à cinquante lieues
Le rut des Béhémots et les Maelstroms épais,
Fileur éternel des immobilités bleues,
Je regrette l’Europe aux anciens parapets !

J’ai vu des archipels sidéraux ! et des îles
Dont les cieux délirants sont ouverts au vogueur :
– Est-ce en ces nuits sans fonds que tu dors et t’exiles,
Million d’oiseaux d’or, ô future Vigueur ?

Mais, vrai, j’ai trop pleuré ! Les Aubes sont navrantes.
Toute lune est atroce et tout soleil amer :
L’âcre amour m’a gonflé de torpeurs enivrantes.
Ô que ma quille éclate ! Ô que j’aille à la mer !

Si je désire une eau d’Europe, c’est la flache
Noire et froide où vers le crépuscule embaumé
Un enfant accroupi plein de tristesse, lâche
Un bateau frêle comme un papillon de mai.

Je ne puis plus, baigné de vos langueurs, ô lames,
Enlever leur sillage aux porteurs de cotons,
Ni traverser l’orgueil des drapeaux et des flammes,
Ni nager sous les yeux horribles des pontons.

Arthur Rimbaud  (1854-1891)

De overtocht

 

De overtocht

De eenzame zwarte boot
vaart in het holst van de nacht
door een duisternis, woest en groot,
de dood, de dood tegemoet.
Ik lig diep in het kreunende ruim,
koud en beangst en alleen
en ik ween om het heldere land,
dat achter de einder verdween
en ik ween om het duistere land,
dat flauw aan de einder verscheen.
Die door liefde getroffen is
en door het bloed overmand
die ervoer nog het donkerste niet,
diens leven verging niet voorgoed;
want de uiterste nederlaag
lijdt het hart in de strijd met de dood.
O! de tocht naar het eeuwige land
door een duisternis somber en groot
in de nooit aflatende angst
dat de dood het einde niet is.

Henrik Marsman